• Wij steunen
  • Nieuws
  • Vacatures
  • Contact
Rasschaert Advocaten LogoRasschaert Advocaten LogoRasschaert Advocaten LogoRasschaert Advocaten Logo
  • Home
  • Over ons
    • Wat doen we
    • Wie zijn we?
    • Onze aanpak
    • Ons aanstellen?
    • Tarieven
    • Bereikbaarheid
  • Expertises
    • Overheidsopdrachten
    • Ruimte
    • Bestuurszaken
  • Referenties
  • Samenwerkingen
    • Victor Schollaert
    • Antaxius Advocaten
    • ba-p
    • Trust Advocaten
    • Jurplus
    • Philippe Ernst
  • Opleidingen
✕
3 april 2026
Terug naar overzicht
Aanbestedervoorafachteraf

Vooraf bevoordeeld, achteraf veroordeeld. Voorafgaande samenwerking komt aanbesteder duur te staan.

In een vonnis van 16 december 2025 verduidelijkt de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen op scherpe wijze de regels rond belangenconflicten en voorafgaande betrokkenheid.

Wanneer een aanbesteder vóór de plaatsing van een opdracht samenwerkt met een marktspeler rond de ontwikkeling van precies het product dat later wordt aanbesteed, ontstaat minstens een schijn van partijdigheid. Laat de aanbesteder na om dat risico te onderkennen en te neutraliseren, dan kan dat leiden tot aansprakelijkheid en schadevergoeding wegens verlies van een kans.

  1. Feiten

Het geschil had betrekking op een Europese overheidsopdracht voor de levering van asurnen uit gerecycleerde materialen, uitgeschreven door een vereniging van openbare crematoria.

Twee ondernemingen dienden een offerte in. De eisende partij, een Italiaanse onderneming actief in de crematoriumsector, zag haar offerte geweerd als substantieel onregelmatig omdat de aangeboden asurn niet voldeed aan de maximale hoogte van 22 cm die in het bestek was voorgeschreven. De opdracht werd vervolgens gegund aan een andere inschrijver.

De geweerde inschrijver stelde evenwel dat de gekozen inschrijver al ruim vóór de publicatie van de opdracht samen met de aanbesteder had gewerkt aan de ontwikkeling van een ecologische asurn uit gerecycleerd oceaanplastic, met andere woorden: een product dat sterk aanleunde bij het voorwerp van de latere opdracht.

Op basis daarvan vorderde de eisende partij een schadevergoeding op grond van artikel 16 Rechtsbeschermingswet wegens schending van onder meer:

  • artikel 6 Overheidsopdrachtenwet (belangenconflict);
  • artikel 4 Overheidsopdrachtenwet (gelijkheidsbeginsel);
  • artikel 52 Overheidsopdrachtenwet (voorafgaande betrokkenheid bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure).

 

  1. Standpunten van de partijen

De eisende partij voerde o.a. aan dat de aanbesteder de gekozen inschrijver een ongeoorloofd voordeel had verschaft. Door de voorafgaande samenwerking had die inschrijver immers al maanden de tijd gekregen om een product te ontwikkelen dat perfect aansloot bij de behoeften van de aanbesteder, terwijl andere ondernemers pas bij de publicatie van het bestek kennis kregen van die behoeften en slechts één maand tijd hadden om een offerte in te dienen.

Volgens de eisende partij was daardoor niet alleen sprake van een belangenconflict, maar ook van een duidelijke schending van het gelijkheidsbeginsel en van de regels inzake voorafgaande betrokkenheid.

De aanbesteder betwistte dat. Volgens haar paste de samenwerking met de markt binnen haar statutaire doelstelling om de belangen van haar leden te ondersteunen en was er geen sprake van enige juridische, economische of financiële band met de gekozen inschrijver. Ook zou die inschrijver niet betrokken zijn geweest bij het uitschrijven of beoordelen van de opdracht zelf.

Daarnaast verdedigde de aanbesteder zich door te stellen dat de technische vereisten in het bestek objectief waren verantwoord en dat er dus geen sprake was van een kunstmatige bevoordeling.

  1. Beoordeling

De rechtbank volgt de eisende partij op de kernpunten.

i) Belangenconflict: ook de schijn volstaat

Vooreerst benadrukt de rechtbank dat een aanbestedende overheid niet alleen daadwerkelijke belangenconflicten moet vermijden, maar ook de schijn ervan. Een schijn van vooringenomenheid kan reeds volstaan wanneer die van aard is de mededinging te vertekenen en de gelijke behandeling van ondernemers in gevaar te brengen.

Dat was hier volgens de rechtbank het geval. Uit de stukken bleek voldoende dat er vóór de opdracht een vorm van samenwerking had bestaan tussen de aanbesteder en de gekozen inschrijver met betrekking tot de ontwikkeling van precies het product dat nadien werd aanbesteed.

Volgens de rechtbank doet een dergelijke situatie “onmiskenbaar een schijn van vooringenomenheid en partijdigheid ontstaan”. De aanbesteder had dus de nodige maatregelen moeten nemen om dat belangenconflict te voorkomen, te onderkennen of op te lossen. Dat gebeurde niet, zodat artikel 6 Overheidsopdrachtenwet werd geschonden.

ii)Gelijkheidsbeginsel en voorafgaande betrokkenheid

Ook op het vlak van het gelijkheidsbeginsel gaat de rechtbank duidelijk mee in het betoog van de eisende partij.

De gekozen inschrijver had volgens de rechtbank een reëel concurrentievoordeel genoten doordat hij al lang vóór de bekendmaking van de opdracht de kans had gekregen om een asurn te ontwikkelen die perfect aansloot bij de behoeften van de aanbesteder. Andere ondernemingen konden pas vanaf de publicatie van het bestek op die behoeften inspelen.

Daardoor werd het gelijk speelveld niet gewaarborgd, in strijd met artikel 4 Overheidsopdrachtenwet.

De rechtbank voegt daaraan toe dat deze voorafgaande afstemming ook moet worden beschouwd als een betrokkenheid bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure in de zin van artikel 52, § 1 Overheidsopdrachtenwet. Ook daar had de aanbesteder passende maatregelen moeten nemen om te vermijden dat de mededinging werd vervalst. Ook dat gebeurde niet.

iii) Niet alle middelen slagen

Op andere punten kreeg de eisende partij geen gelijk.

De rechtbank oordeelde namelijk dat:

  • de technische vereisten, waaronder de maximale hoogte van de asurn, wel degelijk proportioneel en objectief verantwoord waren;
  • de keuze om de opdracht niet in percelen te verdelen binnen de beoordelingsvrijheid van de aanbesteder viel;
  • niet bewezen was dat de opdracht zelf ontworpen was met het doel de mededinging kunstmatig te beperken in de zin van artikel 5 Overheidsopdrachtenwet.
  • er evenmin sprake was van een schending van het gelijkheids- of motiveringsbeginsel bij de beoordeling van de offertes.

Met andere woorden: de onwettigheid zat niet zozeer in het bestek of bij de beoordeling van de offertes als dusdanig, maar in het voorafgaande traject en het uitblijven van passende maatregelen om het gelijk speelveld te waarborgen.

iv) Schadevergoeding wegens verlies van een kans

De rechtbank aanvaardt vervolgens dat de eisende partij schade heeft geleden.

Zij achtte evenwel niet bewezen dat de eisende partij de opdracht zonder de vastgestelde onregelmatigheden zeker zou hebben gekregen. Wel stond vast dat zij een reële kans had verloren om de opdracht te winnen. Dat verlies van een kans vormt een vergoedbare schade.

Omdat een concrete begroting van die schade niet mogelijk was, greep de rechtbank terug naar een begroting ex aequo et bono. Zij sloot daarbij aan bij de bekende 10%-benadering uit artikel 16 Rechtsbeschermingswet, maar kende uiteindelijk slechts de helft daarvan toe omdat er slechts twee inschrijvers waren en dus slechts een kans van 50% kon worden aangenomen.

De aanbesteder werd veroordeeld tot betaling van 27.784 euro, vermeerderd met interesten vanaf de datum van de niet-gunningsbeslissing.

  1. Conclusie

Dit vonnis is bijzonder relevant voor aanbesteders die voorafgaand aan een plaatsingsprocedure met marktspelers in overleg treden of samen innovatieve oplossingen ontwikkelen.

Dat soort contacten is op zich niet verboden. Maar zodra één ondernemer daardoor een informatie- of ontwikkelingsvoorsprong krijgt met betrekking tot het voorwerp van de latere opdracht, moet de aanbesteder actief optreden. Hij moet niet alleen een daadwerkelijk belangenconflict vermijden, maar ook de schijn van partijdigheid neutraliseren en ervoor zorgen dat het gelijk speelveld hersteld wordt.

Doet hij dat niet, dan riskeert hij dat de rechter niet enkel een schending van de Overheidsopdrachtenwet vaststelt, maar ook een schadevergoeding toekent wegens verlies van een kans.

 

Twijfelt u over de toelaatbaarheid van voorafgaande marktcontacten of wenst u begeleiding bij het organiseren van een overheidsopdracht?

Aarzel dan niet om vrijblijvend contact met ons op te nemen. Stuur uw vraag naar info@rasschaertadvocaten.be

Wij lichten graag toe wat in uw situatie van toepassing is en bekijken samen hoe we u hierbij kunnen ondersteunen.

Andere berichten

Vzwonderworpenoo 3
16 maart 2026

Is een vzw onderworpen aan de wetgeving overheidsopdrachten?


Lees meer
Raadvstate
26 februari 2026

Forumantwoord is geen bestekwijziging: Raad van State trekt duidelijke lijn!


Lees meer
Congres2maart
13 januari 2026

Rasschaert Advocaten partner 26ste congres “Lokale en provinciale politiek”


Lees meer
Rasschaert Advocaten Locatie Tlandhuys
Rasschaert Advocaten Logo Footer
Rasschaert Advocaten
Gentse Steenweg 323
9620 Leeuwergem
+32 9 396 81 60
E-mail sturen

NIEUWSBRIEF

Op de hoogte blijven?
Schrijf je in en volg ons.
© 2026 Rasschaert AdvocatenAlle rechten voorbehoudenBE 0822 889 008Privacy PolicyWettelijke vermeldingen
Website door Atelier 64.
    • Wij steunen
    • Nieuws
    • Vacatures
    • Contact