
Raad van State vernietigt aangepaste erkenningsbedragen
Feiten
Bij koninklijk besluit van 14 april 2024 werden de maximale bedragen herzien waarvoor erkende aannemers van werken opdrachten mogen uitvoeren. Deze bedragen waren sinds 1991 niet aangepast. De wetgever koos ervoor om de drempels in één beweging te verhogen, met als doel ze beter af te stemmen op de actuele technische en financiële draagkracht van ondernemingen.
Tegen dit koninklijk besluit werd beroep ingesteld door een baggerbedrijf erkend in klasse 7 (type A).
In zijn arrest van 12 december 2025 (nr. 265.188) heeft de Raad van State geoordeeld dat de verhoogde drempelbedragen uit het koninklijk besluit betreffende de erkenning van aannemers van werken niet rechtsgeldig zijn en deze bijgevolg vernietigd.
Standpunten verzoekende partij
Vooreerst voert verzoekende partij aan dat de aangepaste maximumbedragen leiden tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling. Door de verhoging van de drempels wordt haar deelname aan opdrachten met een geraamde waarde boven 6.396.000 euro in de praktijk aanzienlijk beperkt.
Daarnaast betoogt verzoekende partij dat het gelijkheidsbeginsel ook wordt miskend doordat baggerbedrijven zoals het hare worden beperkt tot opdrachten met een maximale waarde van 6.396.000 euro, terwijl zonder afdoende motivering een verschillend personeelsvereiste wordt opgelegd aan ondernemingen van type A en type B.
Beoordeling
De Raad van State benadrukt dat het erkenningsstelsel niet statisch kan blijven en moet inspelen op de evoluties binnen de sector. Daarbij wordt rekening gehouden met technologische ontwikkelingen, gewijzigde vormen van tewerkstelling en de nood aan een voldoende concurrentiële markt. Tegelijk onderstreept de Raad het belang van een laagdrempelige toegang voor kleine en middelgrote ondernemingen tot overheidsopdrachten en concessies.
De Raad van State meent desalniettemin dat, inzake enerzijds de technische en financiële geschiktheid om een kwaliteitsvolle uitvoering van de werken te garanderen en anderzijds de nieuwe maximumbedragen, de beginselen van proportionaliteit en gelijkheid bij de aanpassing onvoldoende werden gerespecteerd. Eerder had de Commissie voor Overheidsopdrachten al kritische opmerkingen op het KB geformuleerd.
Conclusie
Als gevolg van de vernietiging van het koninklijk besluit, die werking heeft ten aanzien van iedereen (erga omnes), zijn de recent ingevoerde drempelbedragen komen te vervallen.
Dit impliceert dat de oorspronkelijke regeling opnieuw van toepassing is. Overheden dienen zich bijgevolg opnieuw te baseren op het erkenningsstelsel zoals dat in 1991 werd vastgelegd.
Concreet gelden opnieuw de volgende maximale opdrachtbedragen per klasse:
Klasse 1: 135.000 euro
Klasse 2: 275.000 euro
Klasse 3: 500.000 euro
Klasse 4: 900.000 euro
Klasse 5: 1.810.000 euro
Klasse 6: 3.225.000 euro
Klasse 7: 5.330.000 euro
Klasse 8: geen max.
In de praktijk betekent dit dat de bal opnieuw in het kamp van de overheid ligt om een gedragen en evenwichtige regeling uit te werken, met inachtneming van de aandachtspunten die door de Raad van State werden geformuleerd.
Wij blijven de verdere ontwikkelingen opvolgen en houden u hiervan op de hoogte.



