
Nieuwe wijzigingen in de regelgeving overheidsopdrachten op komst
Nieuwe wijzigingen in de regelgeving overheidsopdrachten op komst
De federale regering heeft recent drie nieuwe regelgevende initiatieven inzake overheidsopdrachten goedgekeurd. Enerzijds worden de regels rond toegankelijkheid van producten en diensten verder verankerd in de plaatsingsregelgeving. Anderzijds wordt een specifieke uitsluiting voor bepaalde waarderingsdiensten in het kader van de afwikkeling van financiële instellingen ingevoerd. Daarnaast wordt ook de berekeningsbasis van de interest voor betalingsachterstand aangepast.
De initiatieven geven uitvoering aan Europese regelgeving en rechtspraak.
- Toegankelijkheidsvoorschriften krijgen uitdrukkelijk plaats in de plaatsingsregels
Een eerste ontwerp van koninklijk besluit strekt tot omzetting van de artikelen 24, lid 1, en 25 van Richtlijn (EU) 2019/882 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, beter bekend als de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn.
Daartoe worden zowel het KB Plaatsing klassieke sectoren als het KB Plaatsing speciale sectoren aangepast.
De nieuwe regeling moet verduidelijken dat aanbesteders bij de plaatsing van overheidsopdrachten rekening moeten houden met de toegankelijkheidsvoorschriften die voortvloeien uit het Europese en/of Belgische wetgeving. Wanneer dergelijke voorschriften van toepassing zijn, moeten zij bijgevolg ook worden meegenomen bij het opstellen van de opdrachtdocumenten.
Concreet kan daarbij onder meer worden gedacht aan toegankelijkheidsvoorschriften voor bepaalde betaalterminals, geldautomaten, e-boeken, websites, enz. Zo zal een aanbesteder bij bijvoorbeeld de aankoop van betaalterminals of de ontwikkeling van een overheidswebsite, rekening moeten houden met de toepasselijke toegankelijkheidsvereisten.
Daarnaast wordt voorzien in een vermoeden van conformiteit wanneer producten of diensten beantwoorden aan toepasselijke geharmoniseerde normen en technische specificaties, of aan relevante onderdelen daarvan.
Voor aanbesteders betekent dit dat toegankelijkheid niet louter als een facultatieve kwaliteitsdoelstelling kan worden beschouwd wanneer bindende Europese of Belgische toegankelijkheidsvoorschriften van toepassing zijn. Die voorschriften zullen dan hun weerslag moeten krijgen in de opdrachtdocumenten.
Het voorontwerp van koninklijk besluit wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
- Nieuwe uitsluiting voor waarderingsdiensten bij de afwikkeling van financiële instellingen
Daarnaast keurde de federale ministerraad een voorontwerp van wet goed tot wijziging van de Wet Overheidsopdrachten van 17 juni 2016.
Hiermee wordt artikel 2 van Richtlijn (EU) 2026/806 omgezet.
Bij een afwikkeling kan het noodzakelijk zijn dat op zeer korte termijn een beroep wordt gedaan op onafhankelijke deskundigen (auditors of revisoren) om bepaalde waarderingen uit te voeren. De Europese wetgever heeft geoordeeld dat de toepassing van de gewone regels inzake overheidsopdrachten in die specifieke omstandigheden de vereiste snelheid van een afwikkelingsprocedure kan bemoeilijken.
Daarom wordt voorgesteld om artikel 28 van de Wet Overheidsopdrachten aan te vullen met een specifieke uitsluiting.
Deze uitsluiting heeft betrekking op:
- bepaalde waarderingsdiensten die noodzakelijk zijn in het kader van de afwikkeling; en
- waarderingen waarmee wordt nagegaan of aandeelhouders en schuldeisers beter zouden zijn behandeld indien de betrokken instelling via een normale insolventieprocedure was afgewikkeld.
Dergelijke diensten zullen daardoor buiten het toepassingsgebied van de klassieke plaatsingsregels voor overheidsopdrachten kunnen vallen.
Ook dit voorontwerp van wet wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
- Interest bij betalingsachterstand voortaan ook berekend op de btw
Op 11 september 2026 keurde de federale ministerraad ook een ontwerp van koninklijk besluit goed dat de berekeningsbasis van de interest voor betalingsachterstand bij overheidsopdrachten wijzigt.
Het ontwerp wijzigt daartoe het KB Uitvoering van 14 januari 2013 en beoogt de Belgische regelgeving in overeenstemming te brengen met Richtlijn 2011/7/EU betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties en het arrest van het Hof van Justitie van 20 oktober 2022 (C-585/20).
Concreet wordt de huidige uitzondering voor de btw geschrapt. Bij een laattijdige betaling zal de interest bijgevolg niet langer uitsluitend worden berekend op het factuurbedrag exclusief btw, maar zal ook het op de factuur of het gelijkwaardig betalingsverzoek vermelde btw-bedrag deel uitmaken van de berekeningsbasis
Een eenvoudig voorbeeld maakt het verschil duidelijk. Stel dat een opdrachtnemer een factuur van 100.000 euro exclusief 21% btw indient. Vandaag wordt de interest bij betalingsachterstand in beginsel berekend op 100.000 euro. Na de voorgenomen wijziging zal de berekeningsbasis 121.000 euro bedragen. Bij eenzelfde interestvoet en betalingsachterstand zal de verschuldigde interest in dit voorbeeld dus 21% hoger liggen.
De wijziging is dus in het bijzonder relevant voor ondernemingen die geconfronteerd worden met laattijdige betalingen door aanbesteders. Tegelijk vormt zij voor aanbesteders een bijkomende financiële stimulans om de toepasselijke betalingstermijnen strikt na te leven
Ook dit ontwerp van koninklijk besluit wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van State
We volgen deze ontwikkelingen verder op de voet op en houden jullie uiteraard op de hoogte.
Vragen?
Heeft u vragen of wenst u bijkomende informatie?



