• Wij steunen
  • Nieuws
  • Vacatures
  • Contact
Rasschaert Advocaten LogoRasschaert Advocaten LogoRasschaert Advocaten LogoRasschaert Advocaten Logo
  • Home
  • Over ons
    • Wat doen we
    • Wie zijn we?
    • Onze aanpak
    • Ons aanstellen?
    • Tarieven
    • Bereikbaarheid
  • Expertises
    • Overheidsopdrachten
    • Ruimte
    • Bestuurszaken
  • Referenties
  • Samenwerkingen
    • Victor Schollaert
    • Antaxius Advocaten
    • ba-p
    • Trust Advocaten
    • Jurplus
    • Philippe Ernst
  • Opleidingen
✕
15 juli 2026
Terug naar overzicht
Bijnagelijknietgelijk

Bijna gelijk is niet gelijk: Raad van State schept duidelijkheid over artikel 87, § 2 KB Plaatsing

In een arrest van 1 juli 2026 (nr. 267.312) verduidelijkt de Raad van State opnieuw twee belangrijke principes inzake de beoordeling van offertes. Enerzijds bevestigt de Raad de ruime beoordelingsvrijheid van de aanbestedende overheid bij kwalitatieve gunningscriteria. Anderzijds maakt hij duidelijk dat artikel 87, § 2 KB Plaatsing slechts toepassing vindt wanneer meerdere offertes daadwerkelijk in gelijke mate economisch het voordeligst zijn. Een beperkt puntenverschil, hoe klein ook, volstaat niet.

  1. Feiten

De Stad Mortsel schreef een openbare procedure uit voor een raamovereenkomst voor het periodiek snoeien van straatbomen.

Na de beoordeling van de offertes behaalde de gekozen inschrijver 95,00 punten tegenover 94,88 punten voor de verzoekende partij. Het verschil bedroeg dus slechts 0,12 punten en was uitsluitend toe te schrijven aan het vierde gunningscriterium (“technische waarde en kwaliteit van de gebruikte materialen en het materieel”), waarop de gekozen inschrijver 10/10 behaalde en de verzoekende partij 8/10.

De niet-gekozen inschrijver stelde vervolgens een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in bij de Raad van State.

  1. Standpunten van de partijen

Eerste middel: ontoereikende motivering

De verzoekende partij voerde aan dat de beoordeling van het vierde gunningscriterium onvoldoende was gemotiveerd. Volgens haar bleek uit het gunningsverslag onvoldoende waarom bepaalde positieve elementen uit haar offerte niet tot een hogere score hadden geleid.

De aanbestedende overheid betwistte dit en stelde dat het gunningsverslag de beoordeling afdoende motiveerde.

Tweede middel: toepassing van artikel 87, § 2 KB Plaatsing

Daarnaast stelde de verzoekende partij dat het verschil van slechts 0,12 punten zo beperkt was dat beide offertes als “in gelijke mate economisch meest voordelig” moesten worden beschouwd.

Volgens haar had de aanbestedende overheid daarom toepassing moeten maken van artikel 87, § 2 KB Plaatsing en beide inschrijvers moeten uitnodigen om een schriftelijke prijsvermindering of verbeteringsvoorstel in te dienen alvorens een definitieve gunningsbeslissing te nemen.

De aanbestedende overheid was daarentegen van oordeel dat artikel 87, § 2 KB Plaatsing niet van toepassing was, aangezien de offertes wel degelijk verschillend waren gerangschikt en de gekozen inschrijver de hoogste score had behaald

  1. Beoordeling door de Raad van State

Eerste middel: ruime beoordelingsvrijheid bevestigd

De Raad van State herhaalt zijn vaste rechtspraak dat de aanbestedende overheid over een ruime beoordelingsvrijheid beschikt bij de inhoudelijke beoordeling van offertes. De Raad beperkt zich daarbij tot een marginale wettigheidstoets en gaat enkel na of de beoordeling zorgvuldig is gebeurd en steunt op voldoende draagkrachtige motieven.

Daarnaast benadrukt de Raad dat de motivering globaal moet worden beoordeeld. Een inschrijver kan zich niet beperken tot het bekritiseren van enkele afzonderlijke onderdelen van de motivering wanneer deze als geheel voldoende draagkrachtig is. Evenmin betekent het feit dat bepaalde offerte-elementen niet uitdrukkelijk in het gunningsverslag worden vermeld, dat daarmee geen rekening werd gehouden.

Het eerste middel werd dan ook niet ernstig bevonden.

Tweede middel: een klein puntenverschil is geen ex aequo

Het tweede middel bevat wellicht de meest interessante overweging van het arrest.

De Raad herinnert eraan dat uit artikel 81 van de Wet Overheidsopdrachten, gelezen samen met artikel 87, § 1 KB Plaatsing, volgt dat de rangschikking bepalend is voor de identificatie van de economisch meest voordelige offerte.

Artikel 87, § 2 KB Plaatsing is enkel van toepassing wanneer “verscheidene regelmatige offertes in gelijke mate als economisch meest voordelige worden beschouwd”.

Daarvan was volgens de Raad in deze zaak geen sprake.

Hoewel het verschil tussen beide offertes bijzonder klein was, bleef er wel degelijk een verschil bestaan en was één offerte hoger gerangschikt dan de andere.

De Raad formuleert dit bijzonder duidelijk:

“De omstandigheid dat het verschil tussen beide offertes beperkt is, doet hieraan geen afbreuk.”

Bovendien vindt de stelling dat ook een beperkt puntenverschil aanleiding zou geven tot toepassing van artikel 87, § 2 geen enkele steun in de tekst van de bepaling. De verzoekende partij had haar interpretatie bovendien op geen enkele wijze juridisch onderbouwd. De Raad merkt zelfs op dat het niet aan hem toekomt om een dergelijk middel zelf verder in te vullen of te speculeren over mogelijke argumenten.

Ook het 2e middel wordt daarom als niet ernstig afgewezen.

  1. Conclusie

Met dit arrest bevestigt de Raad van State twee belangrijke principes voor de praktijk van de overheidsopdrachten.

Enerzijds bevestigt hij opnieuw de ruime beoordelingsvrijheid van aanbestedende overheden bij de kwalitatieve beoordeling van offertes. De motiveringsplicht vereist geen exhaustieve bespreking van elk element uit iedere offerte. Het volstaat dat uit de motivering als geheel blijkt waarom één offerte kwalitatief beter werd beoordeeld dan een andere. Bovendien kan een verzoekende partij er niet mee volstaan één of meer uit hun context gehaalde onderdelen van de motivering te citeren en te bekritiseren.

Anderzijds verduidelijkt de Raad dat artikel 87, § 2 KB Plaatsing geen toepassing vindt zodra de offertes kunnen worden gerangschikt. Ook wanneer het verschil tussen twee offertes uiterst beperkt is – in casu slechts 0,12 punten – is geen sprake van offertes die “in gelijke mate economisch meest voordelig” zijn. Een bijkomende biedingsronde met prijsverminderingen of verbeteringsvoorstellen is dan ook niet vereist.

Bron: RvS 1 juli 2026, nr. 267.312

Vragen?

Heeft u vragen of wenst u bijkomende informatie?

Het team van Rasschaert Advocaten helpt u graag verder!

Andere berichten

Nieuwevlaamseomzendbrieven
3 juni 2026

Nieuwe Vlaamse omzendbrieven: aandacht voor kmo’s en tijdige betalingen


Lees meer
Ingrijpende Oo Vereenvoudiging
4 mei 2026

Overheidsopdrachten in beweging: ingrijpende vereenvoudigingen aangekondigd


Lees meer
Geopolitiekespanningen
20 april 2026

Geopolitieke spanningen en overheidsopdrachten: voorzichtigheid blijft geboden


Lees meer
Rasschaert Advocaten Locatie Tlandhuys
Rasschaert Advocaten Logo Footer
Rasschaert Advocaten
Gentse Steenweg 323
9620 Leeuwergem
+32 9 396 81 60
E-mail sturen

NIEUWSBRIEF

Op de hoogte blijven?
Schrijf je in en volg ons.
© 2026 Rasschaert AdvocatenAlle rechten voorbehoudenBE 0822 889 008Privacy PolicyWettelijke vermeldingen
Website door Atelier 64.
    • Wij steunen
    • Nieuws
    • Vacatures
    • Contact