
Beknopt, maar voldoende! Raad van State verduidelijkt de motiveringsplicht bij vertrouwelijke prijsverantwoordingen
In zijn arrest nr. 266.155 van 24 maart 2026 bevestigt de Raad van State opnieuw dat de aanbestedende overheid over een ruime beoordelingsvrijheid beschikt bij het prijs- en kostenonderzoek. Daarnaast verduidelijkt de Raad onder welke voorwaarden een beknopte motivering van de aanvaarding van een vertrouwelijke prijsverantwoording volstaat.
FEITEN
Fluvius System Operator en de gemeente Pajottegem schreven gezamenlijk een openbare procedure uit. De opdracht werd gegund op basis van het gunningscriterium “prijs”.
Tijdens het prijzen- en kostenonderzoek stelde de aanbestedende overheid vast dat de laagste inschrijver voor één specifieke post uit de samenvattende opmetingsstaat (post 319 – beginconstructies voor voertuigen) een opvallend lage eenheidsprijs had aangeboden. Zij verzocht deze inschrijver overeenkomstig artikel 84 van de Wet Overheidsopdrachten om een prijsverantwoording over te maken.
De betrokken inschrijver lichtte toe dat de lage prijs onder meer werd verklaard doordat hij reeds beschikte over een aantal beginconstructies die boekhoudkundig volledig waren afgeschreven.
De aanbestedende overheid aanvaardde deze prijsverantwoording en gunde de opdracht aan de betrokken inschrijver.
De tweede gerangschikte inschrijver kon zich hiermee niet verenigen en stelde een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in bij de Raad van State. Volgens haar was het prijzen- en kostenonderzoek onvoldoende zorgvuldig uitgevoerd, was de motivering ontoereikend en voldeed de offerte bovendien niet aan de technische eisen van het bestek.
BEOORDELING
De Raad van State verwerpt beide middelen.
Vooreerst herhaalt de Raad dat een aanbestedende overheid bij de beoordeling van een prijsverantwoording over een ruime beoordelingsvrijheid beschikt. De Raad zal zijn eigen beoordeling niet in de plaats stellen van die van de aanbestedende overheid, maar beperkt zich tot de vraag of deze is uitgegaan van correcte feitelijke gegevens, deze zorgvuldig heeft onderzocht en op redelijke wijze tot haar besluit is gekomen.
Daarnaast verduidelijkt de Raad de draagwijdte van de formele motiveringsplicht. Wanneer een prijsverantwoording wordt aanvaard, moet uit de gunningsbeslissing voldoende blijken waarom de offerte na het prijzen- en kostenonderzoek als regelmatig wordt beschouwd. Daarbij mag rekening worden gehouden met het vertrouwelijk karakter van bepaalde bedrijfsinformatie. Om die reden kan een beknopte motivering volstaan, zolang de afgewezen inschrijver kan nagaan om welke redenen een bepaalde offerte, na het gevoerde prijsonderzoek, regelmatig werd bevonden.
Vervolgens gaat de Raad in op de inhoud van de prijsverantwoording. Dat een inschrijver reeds beschikt over materialen die boekhoudkundig volledig zijn afgeschreven, vormt volgens de Raad een objectief gegeven dat een lagere prijszetting kan verklaren. Uit de vertrouwelijke stukken van het administratief dossier bleek bovendien dat deze verklaring werd ondersteund door concrete gegevens. De aanbestedende overheid mocht deze verantwoording dan ook aanvaarden zonder nog bijkomend onderzoek te verrichten.
Ten slotte verwerpt de Raad ook het argument dat de offerte niet aan de technische eisen van het bestek zou voldoen. Het bestek schreef een minimale performantieklasse voor. Uit het administratief dossier bleek niet dat de gekozen inschrijver hiervan afweek. Integendeel, de aangeboden beginconstructies voldeden minstens aan de vereiste prestaties, zodat van een substantiële onregelmatigheid geen sprake was.
CONCLUSIE
Met dit arrest bevestigt de Raad van State opnieuw dat het prijzen- en kostenonderzoek in belangrijke mate tot de beoordelingsbevoegdheid van de aanbestedende overheid behoort. De Raad zal slechts ingrijpen wanneer blijkt dat het onderzoek onzorgvuldig werd gevoerd of wanneer de beslissing kennelijk onredelijk is.
Hoewel de formele motivering niet zodanig summier of laconiek mag zijn, blijkt uit dit arrest dat kan worden aanvaard dat een aanbestedende overheid om redenen van vertrouwelijkheid kan volstaan met een beknopte motivering, waarbij zij slechts in algemene termen duidt welke overwegingen haar hebben gebracht tot de erkenning van de relevantie en de afdoende aard van de verstrekte prijsverantwoording. Tot slot bevestigt de Raad dat het beschikken over reeds aanwezige en volledig afgeschreven materialen, een legitieme verklaring kunnen vormen voor een lage (eenheids)prijs.
Bron: RvS 24 maart 2026, nr. 266.155
Vragen?
Heeft u vragen of wenst u bijkomende informatie?



