Schoolstraat 20, 9420 Erpe-Mere

Publicatie in het Nieuw Juridisch Weekblad van 26 juni 2019

Geschiktheidswaarde bij onteigening, NjW 2019, nr. 405 – 26 juni 2019

Het is opmerkelijk om vast te stellen dat het Hof in dit arrest eenzelfde bedrag van 5000,- euro toekent als vergoeding voor geschiktheidswaarde, als in zijn arrest van 29 januari 2019, 2016/AR/903, NjW 2019, afl. 403, 442. Beide arresten zijn op dezelfde datum gewezen en betreffen onteigende goederen gelegen in dezelfde straat. In dit arrest wordt een geschiktheidswaarde toegekend omwille van de nabijheid van de werkplek van geïntimeerde, terwijl in het voornoemde arrest de geschiktheidswaarde wordt toegekend omwille van de fysieke beperking van de (overleden) eigenaar. Nochtans wordt een geschiktheidswaarde doorgaans in rechtsleer omschreven als ‘de bijzondere waarde van een gebouw voor de eigenaar wegens de aangepaste, nuttige of zelfs aangename inrichting ervan’. De geschiktheidswaarde is een objectieve waarde die kan afgeleid worden uit de kosten die moeten gemaakt worden om het betrokken goed aan te passen of in te richten, zoals bijvoorbeeld een woning aangepast aan de fysieke beperking van de eigenaar. (R. PALMANS, en S. VERBIST, De onteigeningsvergoeding, het juridische regime, Intersentia 2009, 15-16 en 56-60). De ligging nabij de werkplek is eerder afhankelijk van de persoonlijke voorkeur van wat als ‘nabij’ kan worden gezien, terwijl in het voornoemde arrest kosten gemaakt werden om de woning daadwerkelijk aan de fysieke beperking aan te passen en in te richten.