Schoolstraat 20, 9420 Erpe-Mere

Publicatie in het Nieuw Juridisch Weekblad van 29 mei 2019

Onteigening als staatssteun (en het belang van het ogenblik van eigendomsoverdracht voor de onteigeningsvergoeding), NjW 2019, nr. 403 – 29 mei 2019

Zelfs al was de onteigening gesteund op artikel 30 van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie om de onteigende goederen door te verkopen aan bevoorrechte eigenaars, dan nog zou dit geen schending hebben uitgemaakt van artikel 87 lid EG Verdrag wegens illegale staatssteun waarnaar in de prejudiciële vraagstelling door de geïntimeerde in casu wordt verwezen. Dit artikel stelt namelijk expliciet “voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt”. De onteigening doelde tot de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein en dus van een lager niveau dan handel tussen Europese lidstaten.

De onteigeningsvergoeding moet alle mogelijke schade dekken die werd veroorzaakt door het verlies van het eigendomsrecht. De waarde moet worden geschat op het ogenblik van de eigendomsoverdracht, zijnde op de datum van het vonnis waarbij wordt vastgesteld dat de administratieve formaliteiten worden nageleefd. Volgens het Hof moet als gevolg hiervan de onteigende daarbij niet bewijzen dat zij bepaalde kosten ook effectief heeft gedragen. Op het ogenblik van de eigendomsoverdracht zijn namelijk geen concrete bewijzen van de omvang van de schade voorhanden. Het latere overlijden van de onteigende heeft om diezelfde redenen geen impact op de toekenning van de onteigeningsvergoeding voor de rechtsopvolgers, aangezien er moet worden gekeken naar het ogenblik van de eigendomsoverdracht.